Het verhaal van ‘De Slag bij Kolham’
Dit verhaal speelt zich af rond 22 juli 1499. Het is onrustig in de Groninger Ommelanden. De al jaren durende onrusten en conflicten tussen de Vetkopers en de Schieringers hielden stand. De afgelopen twee jaar had het leger van Sachsen onder aanvoering van kapitein Nittert Fox onder meer de dorpen Noordhorn en Zuidhorn verwoest en het dorp Aduard volledig geplunderd. De stad Groningen kocht deze expeditie voor 32.000 goudguldens af, maar Nittert Fox vond het niet genoeg.
19 juni trok hij weer ten strijde al rovend en tierend op weg naar de stad Appingedam ten einde een bondgenoot bij te staan. Door de snelle mars nam hij vermoeid het kasteel 'de Hof' te Kolham in. Het leger van Groningen is reeds onderweg naar Kolham om schoon schip te maken met Fox. Nauwelijks gewaar van het naderende gevaar brengt Fox zijn leger in slagorde en treed ze tegemoet.
22 juli 1499. Het leger van Sachsen was totaal verrast maar meende de overwinning binnen te kunnen halen. Op zoveel weerstand hadden ze echter niet gerekend! Nittert Fox gaat strijdend, zittend op zijn knieën ten onder aan zijn eigen hebzucht en overmoed. Een deel van het Saksische leger overleeft de strijd en geven zich over, de rest vlucht.
De dood van Fox
Fox was dus gewond geraakt, maar liggende op zijn knieёn vuurde hij zijn manschappen aan. Ten langen leste werd hij, daar hij zich niet wilde overgeven, met het zwaard nog in de hand afgemaakt. Uit respect voor zijn krijgsvakmanschap werd het lijk van Fox door de Groningers meegevoerd en begraven in het koor van de Franciscaner of Minderbroederkerk, nabij het grote St. Maria Magdalena altaar. Het grafschrift luidt:
Hier leit den held
Wiens herte noyt besweek
Nog in het veld
Oyt voor zijn vijand week:
Die, als hij zag
Zijn Volk verslagen wert,
Vogt, daar hij lag,
Nog met een manlijk hert .